Bouwden we nu écht die School van Morgen?

Aan het woord: Wim Dufourmont, technisch directeur O.L.V.-Hemelvaart in Waregem. Graag geven we zijn visie weer over de voordelen en beperkingen van de Scholen van Morgen inhaaloperatie, de voorbeeldfunctie van scholen en de positieve effecten van het binnenklimaat op de onderwijsdoelstellingen.

Een schoolgebouw vandaag bouw je niet slechts voor de volgende 40 jaar, maar wellicht voor de volgende 100 jaar. En dan is een flexibel gebouw cruciaal om veranderingen op te vangen. Visionaire ideeën hebben echter praktische en budgettaire implicaties. Binnen de grenzen van wat mogelijk was – het beschikbare budget, de geldende bouwfysische normen en de beperkingen – realiseerden we in ons nieuwe schoolgebouw enkele vernieuwende onderwijsconcepten.

Versnelde realisatie

Toen voormalig minister Frank Vandenbroucke besloot om via de inhaaloperatie ‘Scholen van Morgen’ en een stevige kapitaalsinjectie het fel verouderde Vlaamse onderwijspatrimonium versneld te helpen moderniseren, besloot Wim Dufourmont, directeur O.L.V.-Hemelvaartinstituut zijn schoolbestuur te overtuigen om hun nieuwbouwproject via deze weg te realiseren.

“Uiteraard hadden we vooraf bedenkingen bij het project. In die eerste fase bleef het project nog erg vaag. Bovendien beseften we dat een Publiek-Private Samenwerking een andere insteek had dan de reguliere procedure via AGIOn. Wanneer het kapitaal geleverd wordt door een private partner is dat uiteraard met het oog op winst. Wat de meerkost zou zijn, en hoe deze zou worden vergoed, was onduidelijk.”

“Toen echter bekend werd dat kandidaten in aanvangsfase konden uitstappen wanneer ze wilden, hakten we de knoop door. Het leek ons de enige manier om ons project versneld te realiseren.”

“Uiteindelijk duurde het project langer dan oorspronkelijk gedacht. Maar toch boekten we tijdswinst.”

Aangenaam binnenklimaat

De school werd gebouwd volgens de DBFM-formule. Dat betekent dat DBFM Scholen van Morgen nv instaat voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance) en het 30-jarig onderhoud van de schoolgebouwen (Maintain). Tijdens deze periode van 30 jaar betaalt het schoolbestuur jaarlijks een beschikbaarheidsvergoeding. Na afloop wordt het gebouw zonder bijkomende kosten overgedragen aan het schoolbestuur.

“Eén van de belangrijkste speerpunten in het ontwerp van ons nieuwe gebouw was het creëren van een zo aangenaam mogelijk binnenklimaat. Met aandacht voor alle deelaspecten: verluchting, verlichting, akoestiek, onderhoud, kleur, ervaringen … Allen dragen ze hun steentje bij tot het creëren van een optimale leeromgeving.”

“In vergelijking met onze andere, oudere gebouwen is de nieuwbouw een serieuze stap vooruit. Door de huidige capaciteitsgraad blijven we echter noodgedwongen gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Zelfs van ons beruchtste klaslokaal ‘de bus’. Een langwerpig klaslokaal dat een dikke onvoldoende scoort op elk onderdeel van het binnenklimaat.”

Schooldirecteurs zijn pedagogen

“Eén van de grootste voordelen die we hadden bij de realisatie van ons nieuwe gebouw, was het feit dat een lid in ons schoolbestuur kennis van zaken had omtrent het bouwproces. Luc Kint, in een vorig leven ingenieur-architect, en ikzelf schreven van bij de start een erg gedetailleerde projectdefinitie uit. We werden er zelfs voor gecomplimenteerd door de Vlaamse Bouwmeester. Ook tijdens de ontwerpfase bleven we kritisch meedenken met het architectenteam. De wisselwerking die hierdoor ontstond, werkte projectversterkend. Mogelijke problemen werden vroegtijdig gedetecteerd en verholpen.”

“Veel schoolbesturen beschikken echter niet over de juiste kennis om alles grondig op te volgen. Niet verwonderlijk, want schooldirecteuren zijn meestal in de eerste plaats pedagogen. Op die manier wegen ze als bouwheer te weinig op het ontwerp- en bouwproces. Jammer, want vanuit hun onderwijservaring zouden ze vele details kunnen optimaliseren en zo de voor hen ideale leeromgeving helpen vormgeven.”

Aanpassingen en flexibiliteit

“Pas later, nadat de bouw is opgeleverd, merken ze wat er beter kon. En moeten ze bijsturen. Wat frustrerend, tijdrovend en duurder is.”

“In het DBFM-model is het trouwens een hele administratieve klus. Een voorbeeld? September vorig jaar meldden we via het Onderhoudsportaal aan Scholen van Morgen dat er in de keuken een extra stopcontact nodig was. Na prijsaanvraag bij de aannemer en heel wat administratieve rompslomp werden de werken uitgevoerd. Bijna een jaar na aanvraag! Een dergelijke kleine ingreep zelf uitvoeren kan uiteraard een pak sneller, maar dan creëren we een conflict met o.a. de aannemer die een 30-jarige onderhoudsverantwoordelijkheid heeft voor het hele gebouw.”

“De toekomst ziet er op dit vlak trouwens niet rooskleurig uit. Nu ging het slechts over een stopcontact, maar wat indien de visie op onderwijs verandert? En de ruimtes in het gebouw moeten mee-evolueren? Zullen de huidige bouwpartners voldoende flexibel zijn om veranderingen in de toekomst op te vangen binnen de modaliteiten van het huidige contract? Ik heb alvast mijn twijfels.”

“Een duidelijke aanwijzing is het toepassen van het ‘Brede School’-principe. In ontwerpfase waren we enthousiast om ons nieuwe gebouw na de lesuren open te stellen voor derden. Maar de praktijk laat dit niet toe. Eén van onze sporthallen, die los staat van andere lokalen, kan zonder probleem worden gedeeld. Maar de rest van het gebouw, zoals de aula, openzetten voor meervoudig gebruik is onmogelijk. Eerste probleem dat zich stelt is het voorzien van een gedegen toegangscontrole- en veiligheidsysteem. Wat uiteraard een belangrijke budgettaire impact heeft. Hiernaast beschikken we niet over een conciërge. Een taak die we zouden moeten verdelen onder de vier directieleden. Op middellange termijn onhaalbaar.”

“Belangrijkste reden is echter specifiek voor projecten via Scholen van Morgen. Intensief gebruik van de ruimte door derden zorgt immers voor een versnelde slijtage. En aangezien de aannemer zich borg stelde voor het 30-jarige onderhoud wil die hiervoor graag compensatie. Op dit moment is er hier geen regeling voor getroffen.”

Schoolvoorbeeld

“We kozen bewust voor passiefbouw. De energiefactuur in een schoolgebouw is immens en heeft jaarlijks een serieuze impact op de beschikbare middelen. Hoe lager het energieverbruik, hoe liever. Maar dat is niet de enige reden. Als school hebben we een voorbeeldfunctie naar onze leerlingen en hun ouders toe. Ons verouderd woningpatrimonium moet in de nabije toekomst worden vervangen door lage-energiewoningen, passiefbouw en zero-emissiewoningen. Als school willen we onze rol spelen in het bewustmakingsproces.”

“Maar enkel energieoptimalisatie is niet genoeg. Om een aangenaam binnenklimaat te realiseren, moet dit samengaan met slimme ventilatie, verlichting, akoestiek … Hoewel niet onmiddellijk meetbaar, hebben dergelijke ingrepen een belangrijke positieve impact op het leerproces. En aangezien grijze hersencellen het belangrijkste product zijn in ons land, is het onze verdomde taak om deze te laten rijpen in de meest ideale omstandigheden.”

“In dit opzicht leren we niet uit het verleden. In plaats van de inhaaloperatie scholenbouw verder te zetten en de procedure te optimaliseren, wordt er opnieuw bespaard. Onlogisch, want onderwijs – en onderwijsinfrastructuur – speelt een cruciale rol in het behouden en versterken van onze kenniseconomie.”

Kenniseconomie

“Het liefste hadden we dit alles trouwens gerealiseerd zoals Thomas Rau. Niet volgen het principe van bezit, maar van dienstverlening. De Nederlands-Duitse architect en visionair koopt geen lampen, koelkasten en radiatoren, maar licht, koeling en warmte. En als de lamp kapot is, komt de producent die vervangen én nemen zij hun kapotte product terug. Een resolute verbetering van het huidige model waarin producenten niets liever willen dat hun producten snel stukgaan, want dan komt de klant terug. In Rau’s dienstverleningsmodel wordt de producent echter verantwoordelijk. En zal hij zorgen dat alles zo lang mogelijk meegaat.”

“We deden navraag bij enkele fabrikanten om op deze manier te werk te gaan, maar in België ontbreekt voorlopig de durf, de visie om dit te realiseren. Hopelijk komt hier in de toekomst verandering in.”


Passieve school met een smoel

Het vrij secundair instituut O.L.V.-Hemelvaart in Waregem bestond uit een aaneenschakeling van gebouwen waarvan verschillende fel verouderd waren en niet meer voldeden aan de huidige veiligheids- en onderwijseisen. In hun ontwerp respecteerde architectenbureau Licence to Build de bestaande bebouwing, maar gaven ze de school toch een krachtig nieuw gelaat. Het architectenteam creëerde een dynamisch, hedendaags en aantrekkelijk complex met een sterke identiteit. Een uithangborg met uitstraling dat inspirerend werkt. Ook op de onmiddellijke omgeving.

Aan beide straatzijden werden enkele minder waardevolle bouwblokken afgebroken en vervangen door twee van schaal verschillende maar architecturaal in eenzelfde vormentaal uitgewerkte nieuwbouwvolumes.

Het grote volume werd integraal volgens de passiefstandaard geconcipieerd. Hierin werden klaslokalen, directie en auditorium ondergebracht. Het gebouw werd zodanig georganiseerd en ingeplant dat het auditorium met 250 zitplaatsen en de open ruimte die als foyer kan ingezet worden, ook door derden kunnen worden benut.

Het kleinere gebouw kreeg een grote refter met keuken evenals een ruime fietsenberging. Door zijn aard en functie was het niet opportuun om ook in het kleine gebouw te kiezen voor passiefbouw. Toch werd ook dit deel van het project laagenergetisch.

Beide gebouwen communiceren met elkaar en vormen een nieuwe ‘poort’ tot de schoolsite. Dankzij hun doordachte inplanting zorgen ze voor een verkeersluwe doorstroom van kleuters en leerlingen in een nochtans zeer drukke en in volle stadscentrum gelegen schoolomgeving.

In de vormgeving van de façades kozen de architecten voor zachte en vloeiende lijnen, organische vormen en het gebruik van leien, zink en baksteen. De textuur en beweging die hierdoor ontstonden, dragen bij tot een modern en stijlgevoelig gebouw dat past in de omgeving. Maar tegelijkertijd ook individualiteit en identiteit uitdrukt.

De trapsgewijze uitkraging in de gevel zorgt daarbij voor een natuurlijke zonnewering van de onderliggende bouwlagen. Ook de speelplaatsen worden minimaal beschaduwd en de gebouwen zelf zorgen zo voor overdekte speel- en zitruimte.

Naast de stedenbouwkundige integratie, werd ‘van binnenuit’ ontworpen. Het resultaat is een school met een verscheidenheid aan lichte, luchtige, flexibele en goed geventileerde ruimtes. Waarin personeel en leerlingen genieten van een comfortabele, duurzame en veilige omgeving. Met inspirerende, flexibele ruimtes die plaats bieden aan het nieuwe lesgeven.


Licence to Build Architects – Engineers

Licence to Build heeft een frisse en realistische kijk op het bouwproces. De plichtsbewuste aanpak zoekt het evenwicht tussen creativiteit, efficiëntie en een gemoedelijke werksfeer. Ervaring wordt daarbij gekoppeld aan jonge, verrassende ideeën.

Het ontwerpteam luistert aandachtig naar bouwheer en andere betrokken partijen, gaat in dialoog, en bouwt vervolgens op mensenmaat. Geen opzichtig ontwerpen, maar gebouwen die eenvoudig, praktisch en begrijpelijk zijn. En die excelleren in hun bestemming.

Het bureau weet dat ontwerpen een multidisciplinaire activiteit is. Dat elk facet van het bouwproces een specifieke vaardigheid vereist. In functie van het project omringen ze zich met de juiste partners, en zorgen via coördinatie voor een uitstekende samenwerking onderling. Licence to Build staat zo voor gepassioneerd bouwen via een holistische visie. Met technische interesse en vakkundigheid als houvast.

Het bureau is gespecialiseerd in scholenbouw, zorgcentra, infrastructuur voor sport en ontspanning en residentiële projecten. Als Belgisch marktleider in scholenbouw behartigen ze de laatste jaren 30 schoolbouwprojecten: 18 basisscholen, 10 middelbare scholen, een privéschool en een universiteit. Goed voor een totaal van ongeveer 120.000 m². Waaronder maar liefst 8 % of 50.000 m² van de Scholen van Morgen.

Meer informatie op www.licencetobuild.be