INTERVIEW – Hilde Crevits: Masterplan Scholenbouw: samen bouwen aan onze scholen van morgen?

Het afgelopen jaar werkte Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits aan haar ‘Masterplan Scholenbouw’, die de krijtlijnen bevat voor een vernieuwende aanpak van de scholenbouw in Vlaanderen. Zowel voor het oplossen van concrete capaciteitsnoden in specifieke gebieden als voor de modernisering van het verouderde schoolpatrimonium. En dit op een planmatige, transparante en efficiënte wijze. De noden zijn groot, de budgetten – wellicht – beperkt.

Redenen genoeg dus voor iedere betrokkene in de sector om het hele proces met argusogen te volgen. En redenen genoeg dus voor ons om op de koffie te gaan bij de minister en haar uitgebreid de kans te geven haar plannen voor te stellen…

Welke krijtlijnen bevat uw Masterplan Scholenbouw?

“Iedere maand kennen het Agentschap voor Onderwijsinfrastructuur en het GO! samen gemiddeld € 25 miljoen toe aan de bouw van nieuwe scholen en noodzakelijke verbouwingswerken aan verouderde schoolgebouwen.” – Hilde Crevits, Vlaams minister Onderwijs

“Deze goedkeuringen betekenen voor vele scholen het startschot van hun bouwproject en een belangrijke eerste stap in de realisatie van hun bouw- of verbouwingsproject. Op die manier werken we aan de verbetering van de schoolinfrastructuur in Vlaanderen en Brussel. Het toekomstige Masterplan Scholenbouw zal deze investeringen in scholenbouwprojecten in een juist kader plaatsen en nog verder versterken door een meer planmatige, transparante en efficiënte aanpak.”

“Het is voor het eerst sinds de overdracht van de onderwijsbevoegdheid naar de Vlaamse Gemeenschap dat er een dergelijk geïntegreerd en totaalplan voor scholenbouw in Vlaanderen en Brussel in de steigers wordt gezet. Samen met de onderwijskoepels zullen we de volgende maanden de krachtlijnen en strategische doelen verder concretiseren en uitwerken.”

“Het masterplan omvat vijf grote strategische doelstellingen en een hele reeks concrete operationele doelen. De twee belangrijkste inhoudelijke doelstellingen zijn enerzijds de vernieuwing van het sterk verouderde schoolpatrimonium. Anderzijds biedt het plan een antwoord op de meest urgente capaciteitsnoden in bepaalde gebieden waar er een tekort aan stoelen is of dreigt te ontstaan. In het basisonderwijs én het secundair onderwijs.”

“Via het Masterplan zullen we ook concrete pistes rond alternatieve financiering lanceren. We ontwikkelen kleinschalige, specifieke DBFM-projecten om nieuwe scholen te bouwen en we breiden het systeem van huursubsidies uit zodat schoolbesturen ook ondersteund worden wanneer ze tijdelijk bepaalde infrastructuur wensen te huren om er een school in onder te brengen. Het toekennen van huursubsidies aan scholen is tot op heden enkel mogelijk in erkende capaciteitsgemeenten.”

“Gelet op de beschikbare middelen vinden we het absoluut noodzakelijk dat de (ver)nieuw(d)e schoolinfrastructuur multifunctioneel wordt ingezet. We focussen sterk op medegebruik en gedeeld gebruik van schoolinfrastructuur. Dus ook gebruik buiten de schooluren door sportverenigingen, buurtbewoners of jeugdbewegingen. Zo wordt de school het kloppend hart van een buurt.”

“Tot slot is het belangrijk dat er voldoende planmatig en transparant te werk gegaan wordt. Dat betekent werk maken van een meerjarenplanning, de bestaande wachtlijsten screenen, de meest urgente noden detecteren en durven prioriteren op basis van objectieve criteria, kortom een transparant management van de bestaande wachtlijsten.”

Hoe ziet u de Vlaamse onderwijsinfrastructuur evolueren op korte en middellange termijn?

Crevits: “De jarenlange onderfinanciering halen we niet zomaar in. Dat zal meer dan een legislatuur lang bijzondere inspanningen vergen.”

“Op korte termijn voeren we twee inhaaloperaties uit. Enerzijds het privaat-publiek programma ‘Scholen van Morgen’ dat nu op kruissnelheid zit. Tegen het einde van de legislatuur moet dat resulteren in 165 afgewerkte projecten of 200 nieuwe schoolgebouwen. Daarnaast zal het Masterplan Scholenbouw de komende jaren veel doen bewegen. We trokken het structurele budget voor scholenbouw dit jaar (2015) al op met 50 miljoen euro extra. Vroeger werd er veel ad hoc geïnvesteerd, te weinig structureel.”

“Op middellange of lange termijn moeten we anders gaan denken over scholenbouw, een heuse mindshift. Vroeger bouwde men een school als zou die voor eeuwig blijven bestaan op dezelfde locatie. Nu moeten we toch anders durven denken: wat nu een schoolgebouw is, is dat binnen 30 jaar misschien niet meer. Het onderwijslandschap is permanent in beweging.”

“Duurzaam bouwen wordt de norm. We zetten in op andere energienormen, op onder andere passiefbouw. De motivatie hiervoor is uiteraard ecologisch, maar heeft ook economisch zijn voordelen. Eén van de grootste kostendrijvers voor schoolbesturen is immers de energiefactuur.”

“De betreden paden verlaten werkt, dat bewijzen enkele scholen nu al. Zij betrekken hun leerlingen uit de technische- of beroepsrichtingen bij de bouw of renovatie van hun school. Die ervaring in reële praktijksituaties is van onschatbare waarde. Leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen én het levert betere vaklui op. Tegelijk houdt dit de bouwkosten beheersbaar, een overtuigende win-win. We willen dit uitrollen over Vlaanderen binnen het stelsel van het werkplekleren. In plaats van hun stage te volgen in het bouwbedrijf, kunnen leerlingen kleinere bouwwerkzaamheden uitvoeren op school. Uiteraard onder begeleiding van een mentor of vakman uit het bedrijf. Directeurs van technische scholen en de bouwsector reageerden eerder al positief. We zullen ook leerlingen van het technisch- en beroepsonderwijs vragen om ideeën te ontwikkelen rond scholenbouw in de toekomst.”

Welke oplossing ziet u voor de demografische ontwikkelingen in onze steden/gemeenten op het vlak van onderwijs?

Crevits: “Dit jaar kenden we al bijna 36 miljoen euro toe voor extra schoolcapaciteit in Vlaanderen en Brussel: 35 miljoen euro aan bouwsubsidies en 0,5 miljoen euro aan huursubsidies. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Antwerpen, Asse, Gent Grimbergen, Halle, Leuven, Mechelen, Roeselare, Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Niklaas en Vilvoorde krijgen zo extra middelen ter beschikking om te investeren in capaciteitsprojecten. Daarnaast verdelen we nog eens 15 miljoen euro via de reguliere financiering van bouwdossiers op de wachtlijst. Ook deze bouwprojecten situeren zich in capaciteitsgemeenten. In totaliteit gaat het dus om 50 miljoen euro waarmee we reële capaciteitsnoden invullen.”

“Om de huidige en toekomstige capaciteitsdruk in de verschillende capaciteitsgemeenten te berekenen, werd gebruik gemaakt van lokaal aangeleverde en centraal beschikbare gegevens over de noden en het reeds beschikbare schoolaanbod. We werken momenteel aan een capaciteitsmonitor die ons in staat zal stellen om de werkelijke noden nog preciezer in kaart te brengen. Deze monitor zal verfijnde prognosemodellen per capaciteitsgemeente mogelijk maken, bijvoorbeeld op wijkniveau, of ons meer informatie geven over toekomstige leerlingenstromen.”

“Maar het is niet enkel kwestie van middelen toekennen, dat leert het verleden ons. We stelden vast dat in de periode 2010-2014 de realisatie van bijkomende schoolgebouwen veel te lang op zich liet wachten waardoor de werkelijke capaciteitsuitbreiding vaak pas vele jaren later een feit is. Slechts voor een vijfde van de toegekende capaciteitsmiddelen in die periode zijn de werken volledig uitgevoerd. Bij bijna de helft van de middelen zijn de werken nog niet opgestart. Dat moet anders en beter. Sneller. We moeten die ‘slapende’ reeds toegekende middelen voor scholenbouw sneller omzetten in bijkomende stoeltjes.”