INTERVIEW – Hilde Crevits: Masterplan Scholenbouw: samen bouwen aan onze scholen van morgen?

Hoe wilt u de befaamde wachtlijst rond schoolinfrastructuur wegwerken?

Crevits: “Dé wachtlijst bestaat niet. Er zijn verschillende wachtlijsten, elk onderwijsnet heeft zo zijn eigen systeem en methode. Maar ze zijn allemaal lang. De noden zijn gekend. Die moeten we nu systematisch wegwerken.”

“De middelen zijn echter beperkt. We moeten het dus slim aanpakken: via alternatieve formules, maar ook veel efficiënter aan de slag gaan met de beschikbare (overheids)middelen. We kunnen met dezelfde middelen meer doen. Via een meerjarenplanning, een planmatige en transparante aanpak.”

“Het GO! werkt met integraalplannen. Die houden rekening met de strategische onderwijsvisie, de pedagogische visie, de ouderdom van gebouwen, de noden, het lokaal onderwijslandschap,… Zij werken zo vanuit een totaalvisie die rekening houdt met hun keuzes voor de toekomst en de omgeving van de school.”

“We moeten de problematiek van de scholenbouw ook ‘integraal’ durven aanpakken bij het vrij gesubsidieerd onderwijs. Nu gaat het merendeel van de middelen naar uitzonderingsprocedures: dringende werken, kleinschalige renovatiewerken, noodzakelijke maar niet altijd structurele ingrepen. Dit gebeurt steeds in afwijking van de bestaande ‘standaarddossiers’. Als we dit beter kunnen plannen, kunnen we meer investeren in de ‘standaarddossiers’ op de wachtlijst: om gebouwen sneller volledig te renoveren, nieuw te bouwen en minder te investeren in ‘tijdelijk oplapwerk’. Dit vormt de basis voor het masterplan scholenbouw.”

“Er liggen ook kansen in samenwerking over scholen heen. Infrastructuur is makkelijk te delen omdat het pedagogisch project daar minder bepalend in is. Als in een gemeente een school leeg staat, terwijl een ander schoolbestuur al jaren aan het wachten is op geld om een nieuwe school te bouwen, dan zou er, al dan niet tijdelijk, samengewerkt kunnen worden.”

“Ik geloof in huursubsidies als nieuw instrument. Dat kon al, maar enkel in het kader van de capaciteitsproblematiek. We breiden deze formule nu uit naar de reguliere financiering. Met huur kan je flexibel inspelen op bepaalde tijdelijke noden zonder het gebouw expliciet in eigendom te moeten hebben. We nemen het initiatief om de huur van gebouwen voor onderwijsdoeleinden vlotter mogelijk te maken. Huur kan zo een aanvullend en volwaardig instrument worden binnen de alternatieve financiering van schoolinfrastructuur.”

Hoe evalueert u Scholen van Morgen? Komt er een tweede ronde?

Crevits: “Overal in Vlaanderen worden er momenteel ‘Scholen van Morgen’ gebouwd. 1.000 werknemers gaan iedere dag op het terrein aan de slag. Al meer dan 117 werven zijn intussen opgestart. Er werden reeds vier scholen geopend, begin september volgen er nog een aantal ingebruiknames. In het komende half jaar wordt meer dan één nieuw schoolgebouw per week opgeleverd. Tegen het einde van de legislatuur zijn dat 165 schoolbouwprojecten of 200 nieuwe schoolgebouwen.”

“Het is goed dat de spades nu overal de grond in gaan, maar het hele publiek-private programma kende een erg lange voorbereidingstijd. Dat is niet voor herhaling vatbaar. Het is een erg logge en grote operatie, die zeer centraal aangestuurd wordt. Misschien gaan we beter naar iets meer kleinschalige projectspecifieke DBFM-operaties, waarbij bijvoorbeeld een tiental schoolbouwprojecten samen in één cluster in de markt gezet worden. Laten we vooral de goede dingen van het DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ behouden en de punten die voor verbetering vatbaar zijn versterken.”

Verandert de huidige procedure waarin AGIOn de subsidies regelt? Komen er extra budgetten?

Crevits: “Deze legislatuur voorzien we extra budget. Dit jaar was dat bijna 50 miljoen euro structureel waarvan reeds 36 miljoen euro definitief is toegekend voor nieuwe schoolcapaciteitsuitbreidingsprojecten in specifieke capaciteitsgemeenten. De extra investeringen in schoolinfrastructuur worden structureel verankerd. Zo weten we nu al wat de komende jaren voorzien wordt. Dat maakt het mogelijk om op iets langere termijn te plannen.”

“De procedure om subsidies toegekend te krijgen, zal in de toekomst wijzigen. De plaats op de wachtlijst zal niet langer alleen maar gebaseerd zijn op het criterium chronologie. We gaan op zoek naar meer objectieve criteria om dossiers te beoordelen en te rangschikken. Ook de werkwijze zal wijzigen. Nu controleert AGIOn ieder dossier onder meer op het voldoen aan de wetgeving op de overheidsopdrachten. Dat vergt veel tijd. We mogen er echt wel van uitgaan dat inrichtende machten voldoende kennis hebben om aanbestedingsdossiers uit te schrijven en correct te gunnen. Ze verdienen dat vertrouwen. De opvolging van de dossiers moet in de toekomst ook bijna volledig digitaal verlopen.”