INTERVIEW – Hilde Crevits: Masterplan Scholenbouw: samen bouwen aan onze scholen van morgen?

En wat met de zogenaamde ‘containerklassen’?

Crevits: “Ik noem ze liever modulaire of tijdelijke units. ‘Containerklassen’ heeft een negatieve bijklank, terwijl er nu heel mooie en kwaliteitsvolle oplossingen beschikbaar zijn die al lang niet meer te vergelijken zijn met de containers van 10 jaar geleden. Het gaat om volwaardige tijdelijke scholen die na enkele jaren opnieuw verdwijnen.”

“We investeren uiteraard liever in duurzame schoolgebouwen, maar we moeten ook efficiënt omgaan met de beschikbare middelen. Als we, bijvoorbeeld, kijken naar de capaciteitsdruk: die is nu vooral voelbaar in het basisonderwijs. Binnenkort verplaatst die druk zich naar het secundair onderwijs. We moeten toch nadenken hoe we de tijdelijke druk die we nu voelen kunnen opvangen én hoe we ervoor kunnen zorgen dat basisscholen na enkele jaren niet opnieuw leeg komen te staan.”

“Het antwoord vinden we in innovatieve oplossingen: denk aan huursubsidies voor scholen, lokalen delen, een innovatief bouwproces waarbij gebouwen makkelijk van functie kunnen wijzigen of misschien wel een ‘verplaatsbare’ school.”

Hoe ziet u de ‘school van de toekomst’?

Crevits: “De school van de toekomst wordt een ‘school in verbinding’. Scholen mogen nooit op zichzelf staan. Het zijn geen eilanden. Ze zijn ingebed in de realiteit van de buurt, de gemeente of stad. Het zijn meer dan ooit echte ontmoetingsplekken en dat zal in de toekomst enkel toenemen. Kinderen ontmoeten elkaar op de speelplaats en in de klas, ouders en grootouders aan de schoolpoort. In het weekend komen allerlei socioculturele verenigingen samen op de speelplaats of in de school.”

“Nu staan heel wat schoolgebouwen leeg na de schooluren, in het weekend of tijdens de vakanties. Het is een win-winsituatie wanneer de lokale gemeenschap, het verenigingsleven, jeugd- en sportverenigingen, het deeltijds kunstonderwijs hiervan gebruik kunnen maken. Ik denk dan vooral aan de polyvalente zalen, refters en sporthallen. Het gebeurt nu al, er zijn goede praktijkvoorbeelden, maar het kan beter. Het moet een reflex worden. Wanneer al bij het ontwerp van de nieuwbouw of verbouwing wordt nagedacht over multifunctioneel gebruik, dan kost dit ook veel minder dan dat de aanpassingen voor gedeeld gebruik achteraf moeten doorgevoerd worden.”

“De school en de buurt zijn steeds vaker verweven met elkaar. Denk maar aan vrijwilligers uit de buurt die worden ingeschakeld om de kinderen voor te lezen, te helpen bij huiswerk. Verschillende scholen bouwen gezamenlijk een naschools aanbod uit en stellen dit aanbod open voor alle kinderen uit de buurt. Sportverenigingen bieden naschoolse lessenreeksen aan met initiaties. Bedrijven leren kinderen tijdens of na de schooluren programmeren. De stedelijke kunstacademie organiseert kunst­klassen voor de scholen in plaats van bos- of zeeklassen, terwijl de klasleraar op stage gaat in de kunstacademie.”

“Deze vernieuwde visie op onderwijs vertaalt zich ook op het vlak van scholenbouw. Zo zullen de keuzes die scholen maken om te evolueren naar een campus- of domeinschool in het kader van de modernisering van het secundair onderwijs of om sterker samen te werken op het niveau van de schoolbesturen hun impact kennen op de schoolinfrastructuur. We zetten nog meer dan nu in op gedeeld bouwen, waarbij bijvoorbeeld een kinderopvang of het dienstencentrum van de gemeente samen met een school bouwen en later ook ‘samen huizen’ in dat gebouw. Zo kunnen bouwkosten worden gedrukt, maar ook latere exploitatiekosten, zoals één onthaalbalie voor beide organisaties. Om dit aan te moedigen is het van belang om regels en kaders vanuit verschillende beleidsdomeinen omtrent onder meer veiligheid en hygiëne goed op elkaar af te stemmen.”

Hoe worden ICT en andere innovaties in ons onderwijs geïntegreerd? Hoe ziet u de rol van onderwijzer evolueren?

Crevits: “Een school van de 21e eeuw die aan leerlingen en leerkrachten een comfortabele en hedendaagse leer- en werkomgeving wil bieden, dient te beschikken over moderne en veilige ICT-infrastructuur, die beantwoordt aan de noden van de moderne kennismaatschappij. Zo is mijn administratie bezig met een nieuwe raamovereenkomst om het breedbandinternet voor scholen nog sterker te faciliteren.”

“Onze jongeren leven digitaal, ze denken digitaal, ze dromen digitaal. Ze delen lief en leed via foto’s, filmpjes, tweets en smsjes. Diezelfde sociale media openen voor onze jongeren ook een venster op de wereld. Ze krijgen toegang tot een onbegrensde wereld van informatie en nieuws. Hun kijk op mens en maatschappij wordt er steeds meer door bepaald. Maar er zijn ook vele risico’s verbonden aan die sociale media. De onbesuisdheid en onbevangenheid van jongeren in hun sociale omgang in combinatie met de anonimiteit van het internet kan gevaarlijke situaties creëren. Er lopen daarom verschillende projecten rond veilig ICT-gebruik, bijvoorbeeld het project rond het e-safetylabel.”

“Gelet op de snelle technologische evolutie is het belangrijk dat we werken aan voldoende digitale en mediageletterdheid en mediawijsheid bij leerlingen en leerkrachten. Het moet ons doel zijn op elke school tot een evenwichtig social media beleid te komen dat de mogelijkheden maximaal benut zonder de gevaren uit het oog te verliezen. Want mediawijsheid vormt een essentieel onderdeel van de nieuwe geletterdheid. Daarom zet ik ook in op expertiseontwikkeling bij de verschillende betrokken stakeholders in de onderwijssector. Verder is er het project van het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA) met haar educatieve opdracht om archiefmateriaal te delen met zoveel mogelijk onderwijsinstellingen en leerkrachten. Op dit ogenblik worden ook de mogelijkheden onderzocht rond de realisatie van een uniek toegangsportaal voor digitale leermiddelen.”